Verhalen

De bloem en het meisje

By januari 28, 2020 No Comments

“Oh, wat is dit lekker” zei het vlindermeisje. Het was mooi weer. De lente was in volle gang en het veld met bloemen was in volle bloei. Ze zat boven op een mooie volle gele bloem en snoof de parfum met volle teugen door haar neus. Ze genoot er elk jaar weer van als alles weer tot leven kwam en keek haar ogen uit. De bijen waren druk bezig om nectar te verzamelen en de honing die daaruit voortkwam trok alle wezens in de wijde omtrek aan. 

Het was een vrolijke drukte. Het vlindermeisje dwarrelde van bloem naar bloem. En elke bloem was prachtig met zijn gekleurde uitgespreide bladeren. Zo was ze een tijdje aan het rondhoppen tot ze bij een bloem kwam die nog helemaal in de knop zat. “Wat vreemd” dacht ze. Ze ging op de bloem zitten en zei: “Hallo bloem. Waarom zit je nog dicht? Iedereen is aan het genieten en jij staat hier maar stilletjes in je knop verscholen”. “Nou, zei de bloem. Ik vind het maar niks. Al die enge vliegbeesten die op je gaan zitten en iedereen is mooier dan ik” zei de bloem. “Heb je dan misschien wel eens de blauwe lucht gezien?” zei het meisje. “Nee, ik ben nog nooit aan het bloeien geweest. Dat heb ik altijd tegengehouden” zei de bloem. Het meisje snapte het niet. Er was zoveel moois wat de bloem miste. Ze raakte de knop even aan met haar zachte handen en voelde dat er een rilling door de bloemenknop heen ging. “Ik moet een mannier zien te vinden om deze bloem van haar angst af te helpen” dacht het vlindermeisje. De volgende dag had ze met een paar bijen en dazen afgesproken op een open plek in het veld. “Gaan jullie wel eens op die bloem zitten die nog in de knop staat?”vroeg het meisje aan de vliegbeesten. “Nee, zeiden ze, wat hebben we bij haar te halen?”

 “Nou, vroeg het meisje, als jullie met mij samen willen werken en ons allen een plezier wil doen, loop dan elke dag een paar keer heel zachtjes over haar heen?” “Wat jij wilt” zeiden de vliegbeesten en ze gingen weer aan het werk. Zo gezegd, zo gedaan. 

Een week later ging het meisje weer naar de bloem-in-knop en ging op haar zitten. Ze ging met haar handen over de knop en voelde geen rilling meer door de bloem gaan! Toen ze vroeg of de bloem nog bezoek had gehad zei de bloem enthousiast: “Ja, er zijn allemaal vliegbeesten bij me geweest en in het begin vond ik het maar niks maar ik heb gemerkt dat ze helemaal niet eng zijn”. “Nou, zei het meisje, durf je nu te gaan bloeien dan?”

Nou, daar was de bloem nog een beetje huiverig voor, maar omdat de beestjes ook niet eng bleken te zijn wilde ze het wel proberen. 

Langzaam trillend gingen de blaadjes een voor een open. Het bleek een geweldig mooie bloem te zijn, zag het meisje! Nu voelde ze, wonderlijk genoeg, een rilling door haar lijf gaan van spanning. Blaadje voor blaadje opende de bloem zich en daar gingen de laatste twee blaadjes. “En?” zei het meisje. De bloem wist niet wat ze zag! Zoveel moois had ze al die jaren gemist! En ze zag nu ook dat ze zelf de fleurigste kleuren had. Ze zag de mooie blauwe lucht, de bezigheid in de lucht en in het veld. Ze kon ‘t haast niet geloven. Er kwam meteen een bijtje op haar zitten en ze giechelde van genot door het gekriebel van de pootjes. 

“Ik ben je echt enorm dankbaar” zei de bloem tegen het meisje. Het vlindermeisje spreidde haar vleugeltjes, zwaaide nog even naar de bloem, keek met een blij gevoel over het veld en ging tevreden naar huis.

Nathalie Hoeijmans-van Uden. © aug. 2001