Verhalen

Het meisje met de gouden fluit.

By juli 27, 2018 juli 30th, 2018 No Comments

Geschreven door ADRIE.

Er was eens een meisje dat op aarde kwam met een gouden fluit.
Ze hield heel veel van de fluit en gebruikte hem al van jongs af aan om het moois dat ze hier op aarde zag te spelen: De zon, het spel van zon en schaduw op de muur en het plafond van de huiskamer, de broertjes, vogels met prachtige liederen, licht op een zonnige dag. Eigenlijk te veel om op te noemen. Ze floot er lustig op los en voelde zich blij en vrolijk bij al dat moois.
Al gauw bleek dat er veel meer in de wereld was dan al dat moois: harde knallen van schieten en bombardementen; mensen die elkaar pijn deden en vaak boos waren. Dàt wilde het meisje niet fluiten. Ze zou ook niet weten hoe dat moest. En door deze nare dingen kwamen er sluiertjes voor haar ogen; het mooie verloor iets van zijn kleur. En zomaar fluiten, lukte dat nog wel?
De mensen zeiden: “Het is niet allemaal zo mooi …. kijk maar ….. We moeten hard werken om alles weer mooier te maken.” Het meisje zag steeds minder mooie dingen. Toch hield ze de gouden fluit goed vast.
De mensen zeiden: “Ook fluiten is een ernstige zaak. Dat moet je leren van een leraar. Die zal je wel vertellen hoe het moet.” Het meisje geloofde dat en ging het fluiten leren. Dat mocht niet op haar gouden fluit. Ze kreeg een plastic fluit om op te spelen. Toch hield ze haar gouden fluit steeds in haar zak.

De mensen zeiden: “Het leven is een ernstige zaak. Je kunt niet altijd fluiten. Je moet een vak leren en daar erg je best voor doen.“ Ook dat geloofde het meisje. En ze deed heel bereidwillig erg goed haar best om een vak te leren. Maar ze voelde zich er vaak heel eenzaam bij. Toch bewaarde ze haar gouden fluit goed opgeborgen in een kast.

De mensen zeiden: “Nu je volwassen bent en een baan hebt, ben je verantwoordelijk voor jouw leven en dat van anderen. Wees altijd goed voor anderen, daarvoor ben je hier. Dat is je plicht.” De jonge vrouw geloofde dat en voelde die plicht zwaar op haar schouders drukken en luisterde steeds minder naar haar eigen verlangens.

En de gouden fluit? De jonge vrouw wist niet eens meer dat ze die had. Ze voelde in haar hart wel een gemis, waardoor ze steeds meer naar de zijlijn van het leven schoof en zich uiteindelijk alleen maar toeschouwer voelde. En al gauw wist ze niet beter, werd dat gewoon.
Als hobby leerde de vrouw een houten fluit bespelen. Dat was fijn. Het raakte haar van binnen. Maar de ademhaling ging niet soepel. Ze botste steeds tegen een muur op, waar ze niet doorheen kwam. Daardoor kon ze de ingeademde lucht niet vasthouden en de tonen niet zo mooi maken als ze wilde.
Op een dag werd ze voor de keus gesteld: Wat wil je? Toeschouwer blijven, of zelf deelnemen aan het leven? Ze voelde dat ze als toeschouwer in de kou bleef staan, niet verwarmd werd door het licht. Ze koos ervoor deelnemer te worden. Maar ze had zo lang alleen die dingen gedaan die “moesten”, dat ze niet meer luisterde naar wat ze zelf leuk vond. Als iemand zei: “Wil je dit voor mij doen? Wil je dat met mij doen?” dan dacht de vrouw soms wel: “Wil ik dat eigenlijk wel? Nou ja, het zal wel leuk zijn, laat ik het maar doen.” En ze paste zich aan bij de wensen van velen.
Ze bleef spelen op de houten fluit. Daar putte ze vreugde uit. Ze speelde van blad, maar ook steeds meer van binnenuit, op zoek naar het licht en de warmte van de zon. Ook hield ze schoonmaak in haar huis, ruimde overtollige zaken op, gaf dingen terug aan de eigenaars, maakte ruimte om zich heen.
Op een dag kwam ze in een diepe kast een etui tegen. Ze voelde een grote wens en tegelijkertijd een sterke schroom het etui open te maken. Ze wist niet wat uit het etui tevoorschijn zou komen, maar voelde intuïtief dat het voor haar van levensbelang was. Ze voelde pijn in haar buik, een soort verkramping, en ging naar het etui zitten kijken.
Zou ze het nu open maken, of nog even wachten? Wat kon er in zitten? Als ze dat wilde weten, dan moest ze het etui toch openmaken. En langzaam zakte de buikpijn weg. De kramp werd wat minder. Ze zong een paar keer haar zielelied en deed voorzichtig het etui open: Haar eigen gouden fluit lag voor haar.
Ze zuchtte eens heel diep en liet daardoor nog een restje spanning los, pakte de gouden fluit in haar handen en voelde direct door haar handen en armen heen tot in haar hart de verbinding hersteld worden met haar eigen gouden kind.
En ze wist opeens weer dat ze gekomen was om op haar gouden fluit alle dingen te spelen die ze zag. Want mooi en niet-mooi, het was alles één.
En alleen door met haar eigen ogen te kijken, door haar eigen verlangens te herkennen en te erkennen, kan ze spelen wat ze ziet, haar eigen lied zingen. En dat is haar verlangen.

Adrie van Zanten-Verburg ©.
1999.